We zitten in de Goede week, zoals de dagen vóór Pasen genoemd werden en ook nog wel worden. Menigeen zal niet weten wat er in deze week allemaal voorbij komt. Vooral aan religieuze gebeurtenissen.
Palmzondag hebben we al gehad. Een glorieuze intocht in Jeruzalem van Christus, bescheiden gezeten op een ezel. En het volk spreidt uitbundig kleding op de grond waarover het beestje mag lopen. Wat na die zondag verder gebeurde is nooit verteld.
Donderdag vieren de mannen het laatste avondmaal, brood en wijn worden op mysterieuze wijze het lichaam en bloed van Jezus. "Er gebeurde een wonder!", zei pastoor dan en wij knikten overtuigd dat dat inderdaad een wonder mocht heten. Wat waren we verontwaardigd dat Judas wegliep uit de zaal om Jezus te verraden aan de Romeinen.
Nog een wonder, Petrus die een soldaat een oor afhakte, werd terecht gewezen en Jezus zette dat oor weer vast aan de kop van de soldaat. Een dramatische nacht volgde.
Niemand wist goed te verwoorden waarom Hij sterven moest.
Op vrijdag, Goede Vrijdag, volgde dan het tragisch dieptepunt in dit hele gebeuren. Na een zware geseling werd Hij gedwongen zijn kruis naar Calvarie te slepen, met vallen en opstaan, om daar aan het kruis genageld te worden.
Met geknepen billetjes en rode konen luisterden we naar het lijdensverhaal, zoals Pastoor dat met veel drama vertelde. Het bloed stroomde overvloedig, de pijn was niet te beschrijven, dat alles was om ons,
ZONDAARS,
te bevrijden van de hel.
Om alles extra vroom te ondergaan zaten we iedere dag wel een uur of zo in de kerk.
We werden om de beurt naar de biechtstoel gestuurd om onze zonden te belijden. Je bedacht de vreselijkste daden die je begaan had: omkijken in de kerk, veel gepraat onder de H.Mis, een koekje uit de trommel gepakt zonder te vragen, kwaad op mijn zusje geweest, zwaar gebukt onder die last luisterde je naar de vermanende woorden van de biechtvader. Dan een oefening van berouw opzeggen en tenslotte terug in de bank penitentie doen, meestal een paar OnzeVaders en WeesGegroeten met het vaste voornemen vanaf nu niet meer te zondigen.
We zaten in de tweede, derde, vierde, vijfde of zesde klas! Zeven, acht, negen, tien, elf of twaalf jaar oud!
Dan begon de paasvakantie, met het eerste hoogtepunt: het einde van de vastentijd. Veertig dagen geen snoep, of ander lekkers.
Zaterdag om twaalf uur 's middags was die periode voorbij, het eerste plakkerige zuurtje uit je vastentrommeltje werd uitgepakt en weggesnoept. Dan kwamen de kerkklokken terug uit Rome en strooiden de paaseieren uit, geholpen door de paashaas die de eitjes wat beter verstopte, dan duurde het zoeken wat langer.
Paaszondag werd dan groots gevierd. Alles wat je in de vastentijd had laten staan, vooral aan maaltijden, werd nu ingehaald.
Het Rjke Roomsche Leven......
Recente reacties