Het leek er op dat het allemaal goed ging, een mooi regelmatig weefsel groeide langzaam naar een tafelkleed.
Dacht ik.
Mijn onvolprezen controlefreak, ik noemde haar ook wel eens "Hawkeye", keek met belangstelling naar wat ik tot nu toe geweven had.
"Moet dat zo?", wees ze op een plek . "Hier zijn vier draden samen, en op andere plekken steeds maar twee. En dat komt niet regelmatig terug. Volgens mij is dat niet goed!"
Het is kwart voor elf in de avond. Als ik goed kijk zie ik de afwijking ook.
"Daar wil ik nu even niet over doorgaan, lig ik weer de halve nacht te piekeren."
We kijken nog eens heel goed, maar zien alleen maar foute bundelingen.
De stemming die toch wel majeur was slaat om naar mineur.
"s Anderendaags maar weer zoeken. Ik kijk nu ook nog eens naar de achterkant, de onderlaag.
En daar heeft zich een tweede ramp voltrokken! Een groot aantal kettingdraden is niet meegenomen in het weefproces. Ze liggen apart, zonder binding, en zouden bij het van het getouw halen als losse draden verloren gaan.
De conclusie is wel duidelijk.
Uithalen en opnieuw beginnen.
Om geen twijfel toe te laten begin ik meteen met het terugweven van wat al klaar was. Om vervolgens de hele ketting los te halen van de doekboom, uit het riet trekken, dan de hele handel in delen door de hevels trekken, vastleggen met een lus en even pauzeren.
Om na een hulpdienst in de tuin, onkruid groeit welig, toch maar naar boven te gaan en de zelfkantjes alvast door de hevels te halen.
Reactie toevoegen